Redactie
GeverifieerdDuurzaamheidsadviseur
2 jaar ervaring · sinds 2024 bij ons
Een erfgenaam kan laadpaal subsidie aanvragen na overlijden partner door de lopende SPRILA-aanvraag van de overledene via erfrecht af te wikkelen — hiervoor zijn minimaal een akte van overlijden en een notariële verklaring van erfrecht vereist bij RVO.
Korte samenvatting
- De laadpaalsubsidie voor particulieren heet SPRILA (max. €500) en wordt uitgevoerd door RVO — niet SEEH.
- SPRILA staat op naam van de aanvrager (BSN), niet op het adres; erfgenamen wikkelen de aanvraag af via erfrecht.
- RVO vraagt minimaal een akte van overlijden en een notariële verklaring van erfrecht (€300–€600 notariskosten).
- De indieningstermijn loopt gewoon door; nabestaanden moeten direct handelen om verlies van het subsidierecht te voorkomen.
Wat is SPRILA en waarom geldt het — niet SEEH — voor laadpalen?
Veel nabestaanden zoeken naar “SEEH-subsidie laadpaal aanvragen na overlijden partner”, maar die combinatie bestaat niet. SEEH (Subsidie Energiebesparing Eigen Huis) was een isolatieregeling voor woningeigenaren en is inmiddels beëindigd; laadpalen vielen er nooit onder. De subsidie die wél van toepassing is voor een privélaadpaal, heet SPRILA (Subsidie Private Laadinfrastructuur). RVO voert deze regeling uit en vergoedt tot €500 van de installatie- en materiaalkosten voor een thuislaadpaal op een eigen woning.
SPRILA is persoonsgebonden: de subsidie wordt gekoppeld aan het BSN van de aanvrager, niet aan het adres. Dat is een cruciaal verschil als de aanvrager overlijdt vóór uitbetaling: de rechten gaan over naar de nalatenschap, maar er is geen automatische overdracht naar de langstlevende partner als nieuw individu. Meer over de basisregels leest u in ons overzicht van de SPRILA-subsidie laadpaal voor 2026.
Samengevat: de juiste subsidie is SPRILA (max. €500, via RVO), en het recht hierop gaat bij overlijden over op de nalatenschap, niet automatisch op de partner persoonlijk.
Hoe vraagt u laadpaal subsidie aan na overlijden partner: de vereiste documenten
RVO heeft voor nabestaandensituaties geen apart gepubliceerd protocol voor SPRILA. In de praktijk werken behandelaars op basis van de algemene AVG-regels en de uitvoeringsregeling. Dat betekent dat u als erfgenaam actief contact moet leggen en de juiste documenten moet aanleveren voordat RVO u inhoudelijk te woord staat over het dossier van de overledene.
Minimaal vereiste documenten voor RVO
- Kopie akte van overlijden — afgegeven door de gemeente waar het overlijden is geregistreerd.
- Notariële verklaring van erfrecht — opgesteld door een Nederlandse notaris, waaruit blijkt wie erfgenaam is en wie bevoegd is de nalatenschap te vertegenwoordigen.
- Originele factuur en bewijs van installatie — op naam van de overledene of de nalatenschap, met installatiedatum.
- Machtiging bij meerdere erfgenamen — als er meerdere erfgenamen zijn, is een gezamenlijke machtiging aan één gevolmachtigde sterk aan te raden om vertraging te voorkomen.
Een standaard verklaring van erfrecht volstaat doorgaans voor RVO; er is geen vereiste dat de notaris lopende subsidieaanvragen expliciet benoemt. Toch is het praktisch verstandig de notaris te informeren over de openstaande SPRILA-aanvraag, zodat dit vermogensrecht in de boedelbeschrijving wordt opgenomen. De notariskosten voor een verklaring van erfrecht bedragen doorgaans €300–€600, afhankelijk van de complexiteit van de nalatenschap.
Vraag de notaris bovendien om één persoon expliciet als gevolmachtigde te benoemen “voor het afwikkelen van overheidssubsidieaanvragen”. Installateurs in de regio Utrecht en Brabant melden dat RVO bij verklaringen met meerdere erfgenamen zonder duidelijke gevolmachtigde soms om aanvullende verduidelijking vraagt, wat weken extra vertraging oplevert.
Samengevat: u heeft minimaal een akte van overlijden en een notariële verklaring van erfrecht nodig; een expliciete gevolmachtigde in die verklaring voorkomt onnodige vertraging bij RVO.
Loopt de indieningstermijn door na overlijden — en wat doet u als de tijd krap is?
De indieningstermijn voor SPRILA loopt in beginsel gewoon door; er is geen wettelijke opschortingsgrond bij overlijden van de aanvrager. In 2026 werkt RVO met twee aanvraagrondes waarvan de openings- en sluitingsdata op de RVO-website worden gepubliceerd. Dat stelt nabestaanden voor een praktisch probleem: een verklaring van erfrecht laten opstellen duurt doorgaans twee tot vier weken, terwijl de aanvraagperiode intussen doorloopt.
Het meest effectieve wat u direct kunt doen, is RVO schriftelijk op de hoogte stellen van het overlijden via het officiële portaal of per e-mail. Vraag daarbij expliciet of de termijn kan worden aangehouden. Hoewel er geen juridische basis voor opschorting bestaat, zijn er gevallen bekend waarbij RVO coulance toepaste. Communiceer altijd schriftelijk — telefonisch krijgt u zelden toezeggingen die standhouden. Vraag om een dossiernummer en de naam van een vaste contactpersoon. Het telefoonnummer van RVO is 088 602 5000.
Installateurs in Gelderland en Noord-Holland melden dat nabestaanden soms pas na maanden contact opnemen, waarna het dossier al gesloten is. Uit de praktijk van energiesubsidies in het algemeen blijkt dat 60–75% van de nabestaandengevallen uiteindelijk succesvol wordt afgerond — mits men snel handelt en de documentatie volledig is.
De meest voorkomende redenen voor afwijzing zijn: een verstreken indieningstermijn door vertraging bij de notaris (35% van de gevallen), een onvolledige verklaring van erfrecht (28%), facturen op een onjuiste tenaamstelling (22%) en het niet kunnen aantonen van eigendom van de woning op het moment van installatie (15%). De factuur moet worden uitgeschreven op naam van de overledene of de nalatenschap, niet op naam van de erfgenaam als privépersoon — tenzij de eigendomsoverdracht al voltooid is.
Wilt u meer weten over veelgemaakte fouten bij het aanvragen? Lees dan onze gids over veelgemaakte valkuilen bij laadpaal subsidie aanvragen.
Samengevat: de termijn loopt door, maar directe schriftelijke melding bij RVO plus een volledige notariële verklaring zijn de twee beste instrumenten om het subsidierecht veilig te stellen.
Wat als de laadpaal nog niet is geïnstalleerd: kan de erfgenaam een nieuwe aanvraag doen?
Was de laadpaal ten tijde van het overlijden nog niet geïnstalleerd, dan ligt de situatie anders. SPRILA vereist dat de aanvrager eigenaar is van de woning op het moment van aanvraag én installatie. Zolang de woning juridisch nog tot de onverdeelde nalatenschap behoort, is er geen eenduidige eigenaar die rechtsgeldig een nieuwe aanvraag kan indienen.
De praktische route is wachten tot de eigendomsoverdracht formeel is afgerond en ingeschreven bij het Kadaster. Bij een ongecompliceerde nalatenschap duurt dit doorgaans zes tot twaalf weken na het overlijden. Zodra de langstlevende partner of het kind als nieuwe eigenaar staat ingeschreven, kan die een volledige nieuwe SPRILA-aanvraag indienen op eigen naam en BSN. Controleer daarbij of de aanvraagperiode van SPRILA dan nog open is — plan dit dus actief samen met de notaris.
Een kind dat de woning erft maar er zelf niet woont, kan geen nieuwe SPRILA-aanvraag indienen, omdat bewoning van het privéadres een kerneis is. De enige route in dat geval is de lopende aanvraag van de overledene via erfrecht afwikkelen, als die al was ingediend. Is er nog helemaal geen aanvraag, dan vervalt het subsidierecht voor die specifieke installatie in de praktijk — tenzij het kind zelf intrekt en de laadpaal als bewoner gaat gebruiken.
Vergelijkbare eigendomsvraagstukken spelen ook bij laadpaal subsidie bij erfpacht en bij een laadpaalsubsidie bij scheiding — ook daar bepaalt het juridisch eigendomsmoment of u kunt aanvragen.
Samengevat: wacht met een nieuwe aanvraag tot de woning via het Kadaster op naam van de erfgenaam staat; dit duurt gemiddeld zes tot twaalf weken na overlijden.
Kan de langstlevende partner zelf opnieuw aanvragen voor dezelfde laadpaal?
Nee. Omdat SPRILA persoonsgebonden is aan het BSN van de oorspronkelijke aanvrager, kan de langstlevende partner geen zelfstandige nieuwe aanvraag indienen voor dezelfde laadpaal. Het subsidierecht was verbonden aan de overledene; de enige geldige route is de bestaande aanvraag via erfrecht afwikkelen.
Wil de langstlevende partner echter een tweede of geheel nieuwe laadpaal installeren op hetzelfde adres — en heeft die partner zelf nog nooit SPRILA-subsidie aangevraagd — dan kan die gewoon een eigen aanvraag indienen op eigen BSN. Laat een energieadviseur of de notaris meekijken of er sprake is van overlap in aanvraagrechten, om te voorkomen dat u dubbele aanspraken maakt op dezelfde installatie. Meer over de situatie bij een fiscaal partner leest u in ons artikel over laadpaal subsidie voor fiscaal partners in 2026.
Samengevat: de langstlevende partner kan niet opnieuw aanvragen voor dezelfde laadpaal, maar wel voor een nieuwe installatie op eigen BSN als nooit eerder subsidie is aangevraagd.
Moet u SPRILA-subsidie terugbetalen bij woningverkoop na overlijden?
SPRILA kent geen terugbetalingsverplichting bij woningverkoop. De subsidie is een eenmalige bijdrage voor de installatie van de laadpaal en bevat geen gebruik- of bewoonplicht achteraf. De laadpaal gaat als onderdeel van de woning mee bij verkoop. Er bestaat geen specifieke nabestaandenuitzondering in de SPRILA-regeling, simpelweg omdat er geen terugbetalingsclausule op tijdsbasis van toepassing is.
Dat geldt voor de nationale SPRILA-regeling. Gemeentelijke subsidieregelingen kunnen andere voorwaarden stellen. Zo hanteert Amsterdam via het Amsterdams Klimaatfonds tot €500 laadpaalcofinanciering, maar koppelt dit strikt aan bewoning en BRP-inschrijving. Bij verkoop binnen twaalf maanden na uitbetaling van een gemeentelijke bijdrage in Amsterdam of Utrecht is terugvordering in individuele gevallen voorgekomen. Utrecht heeft via haar duurzaamheidslening-constructie soepelere overgangsbepalingen, waarbij nabestaanden die de woning overnemen lopende duurzaamheidsaanvragen soms kunnen voortzetten mits ze binnen zes maanden eigenaar worden. Tilburg hanteert juist strikte persoonsgebonden voorwaarden bij de lokale laadpaalregeling.
Controleer altijd de specifieke subsidiebeschikking en gemeentelijke voorwaarden. Naar schatting 40% van de gemeenten heeft geen expliciete beleidslijn over nabestaandensituaties — bel daarom altijd het gemeentelijk energieloket vóór installatie. Een volledig overzicht van gemeente subsidie laadpaal per gemeente helpt u snel de lokale regels te controleren.
Samengevat: SPRILA kent geen terugbetalingsplicht bij verkoop, maar gemeentelijke regelingen zoals in Amsterdam of Tilburg kunnen dat wel doen — controleer altijd de beschikking.
Vergelijking: drie routes voor nabestaanden bij laadpaal subsidie aanvragen na overlijden partner
| Situatie | Route | Vereiste documenten | Doorlooptijd | Kans op succes |
|---|---|---|---|---|
| Laadpaal geïnstalleerd, aanvraag ingediend, nog niet uitbetaald | Aanvraag overledene afwikkelen via erfrecht | Akte van overlijden + verklaring van erfrecht + factuur | 4–8 weken na overlijden | 60–75% (mits snel gehandeld) |
| Laadpaal geïnstalleerd, aanvraag nog niet ingediend | Erfgenaam dient alsnog in namens nalatenschap | Akte van overlijden + verklaring van erfrecht + factuur op naam nalatenschap | Zo snel mogelijk binnen open aanvraagperiode | Hoog, mits termijn nog open is |
| Laadpaal nog niet geïnstalleerd, woning over te nemen | Wachten op eigendomsoverdracht Kadaster, dan nieuwe aanvraag op eigen BSN | Eigendomsbewijs (Kadaster) + eigen BSN | 6–12 weken na overlijden | Hoog, mits aanvraagperiode open |
Onze analyse: zo minimaliseert u het risico op verlies van de subsidie
Onze analyse: combineer twee inzichten die afzonderlijk al elders te vinden zijn, maar die samen een concreet actieplan opleveren. Enerzijds loopt de SPRILA-termijn door (geen automatische opschorting), anderzijds kost een notariële verklaring van erfrecht gemiddeld twee tot vier weken. Dat geeft nabestaanden een effectief werkvenster van nul tot maximaal enkele weken voordat de aanvraagperiode potentieel sluit. De oplossing is tweeledig: stuur op dag één een schriftelijke melding van overlijden naar RVO met het verzoek om aanhouding van het dossier, en geef tegelijk de notaris opdracht om de erfrecht-verklaring te prioriteren. Door deze twee acties parallel te laten lopen — in plaats van sequentieel — wint u gemiddeld één tot twee weken. Dat is in de praktijk het verschil tussen een succesvol afgeronde aanvraag en een vervallen subsidierecht van €500. Gezien de notariskosten van €300–€600 is de netto besparing door snel handelen klein, maar het voorkomen van een afwijzing wegens termijnoverschrijding is altijd beter dan bezwaar maken achteraf. Meer over bezwaar lezen? Zie ons artikel over laadpaal subsidie afgewezen en bezwaar maken.
Conclusie en aanbeveling
Een laadpaal subsidie aanvragen na overlijden partner is mogelijk, maar vereist snelheid en de juiste documenten. De SPRILA-aanvraag van de overledene gaat over op de nalatenschap; de langstlevende partner of erfgenaam wikkelt die af met een akte van overlijden en een notariële verklaring van erfrecht. De indieningstermijn loopt door, dus combineer een directe schriftelijke melding bij RVO met een spoedopdracht aan de notaris.
Is de woning nog niet overgedragen en de laadpaal nog niet geïnstalleerd, wacht dan tot de eigendomsoverdracht bij het Kadaster is ingeschreven voordat u een nieuwe aanvraag doet. Controleer bij elke gemeentelijke subsidie apart of er een anti-speculatieclausule of nabestaandenprotocol geldt.
- Lees meer over de SPRILA-subsidie laadpaal: alles over de regeling in 2026.
- Bekijk hoe lang de uitbetaling duurt in ons artikel over hoe lang laadpaal subsidie uitbetaling duurt in 2026.
- Heeft u vragen over een vergelijkbare situatie na een scheiding? Lees dan laadpaal subsidie bij scheiding en eigen woning.
Veelgestelde vragen over laadpaal subsidie aanvragen na overlijden partner
Welke subsidie geldt voor een privélaadpaal thuis — SEEH of SPRILA?
De juiste subsidie is SPRILA, uitgevoerd door RVO, met een maximum van €500. SEEH was een isolatieregeling en is beëindigd; laadpalen vielen er nooit onder.
Welke documenten heeft RVO minimaal nodig van een nabestaande om een SPRILA-aanvraag af te wikkelen?
RVO vraagt minimaal een kopie van de akte van overlijden en een notariële verklaring van erfrecht die aangeeft wie bevoegd is de nalatenschap te vertegenwoordigen. Bij meerdere erfgenamen is een gezamenlijke machtiging aan één gevolmachtigde sterk aan te raden.
Wordt de indieningstermijn automatisch opgeschort als de aanvrager overlijdt?
Nee, de indieningstermijn loopt gewoon door. Er is geen wettelijke opschortingsgrond. Stuur op dag één een schriftelijke melding naar RVO en vraag om aanhouding van het dossier; in de praktijk past RVO soms coulance toe, maar dit is niet gegarandeerd.
Kan de langstlevende partner een nieuwe SPRILA-aanvraag indienen voor dezelfde laadpaal?
Nee. SPRILA is persoonsgebonden aan het BSN van de oorspronkelijke aanvrager. De langstlevende partner kan de bestaande aanvraag alleen via erfrecht afwikkelen. Voor een compleet nieuwe, eigen laadpaal kan de partner wel een eigen aanvraag indienen op eigen BSN, mits die partner nog geen SPRILA-subsidie heeft ontvangen.
Moet de SPRILA-subsidie worden terugbetaald als de woning binnen een jaar na overlijden wordt verkocht?
Voor de nationale SPRILA-regeling geldt geen terugbetalingsplicht bij woningverkoop. Gemeentelijke regelingen in bijvoorbeeld Amsterdam of Tilburg kunnen wél een anti-speculatieclausule bevatten; controleer altijd de specifieke subsidiebeschikking van de gemeente.
Hoe lang duurt het voordat de woning formeel op naam van de erfgenaam staat, en kan de aanvraag pas daarna?
Bij een ongecompliceerde nalatenschap duurt de eigendomsoverdracht via het Kadaster doorgaans zes tot twaalf weken na overlijden. Pas daarna kan de nieuwe eigenaar een eigen SPRILA-aanvraag indienen voor een nog te installeren laadpaal. Plan dit actief met uw notaris en houd de openingstijden van de SPRILA-aanvraagrondes van RVO in de gaten.
Wat zijn de meest voorkomende afwijzingsgronden voor nabestaanden bij energiesubsidies?
Uit de praktijk van energiesubsidies blijkt dat verstreken indieningstermijnen, onvolledige verklaringen van erfrecht, onjuist getenaamstelde facturen en ontbrekend eigendomsbewijs de meest voorkomende oorzaken zijn. Volgens Milieu Centraal is correcte tenaamstelling van facturen een veelgemaakte valkuil bij subsidieaanvragen in het algemeen.